
CE Delft heeft in opdracht van het Joint Research Centre (JRC) van de Europese Commissie de brutoarbeidsvraag van de energietransitie in de EU27 in kaart gebracht. Hiervoor ontwikkelde CE Delft het Direct Labour Opportunities-model (DLO-model). Dit model analyseert arbeidsintensiteiten, uitgedrukt in banen per megawatt (MW) geïnstalleerd vermogen en banen per miljoen euro investering.
Productie en installatie
Het onderzoek omvat een breed scala aan decarbonisatietechnologieën: van zonnepanelen tot windenergie op land en zee, warmtepompen, elektriciteitsnetten, energie-efficiëntie in gebouwen, waterstofelektrolysers, biogas, waterkracht en laadinfrastructuur. De database maakt het mogelijk om de arbeidsvraag te ramen per technologie, lidstaat, projectfase en opleidingsniveau.
Tussen 2026 en 2030 vraagt de uitrol van duurzame energietechnologieën in de EU27 om ongeveer 4,6 miljoen arbeidsjaren in de productie en 6,5 miljoen arbeidsjaren in transport en installatie. Dit betreft vooral kortdurende werkgelegenheid tijdens de uitrolfase. Vertaald naar jaarlijkse cijfers komt dit overeen met ongeveer 0,9 miljoen productiejobs en 1,3 miljoen transport- en installatiejobs per jaar. Dit getal voor productiejobs is een bovengrens, aangezien de EU sterk afhankelijk is van geïmporteerde technologieën.
De operatie- en onderhoudswerkzaamheden vragen daarentegen om ongeveer 330.000 doorlopende banen. Deze werkgelegenheid blijft bestaan zolang de technologieën operationeel zijn. Het aantal aanvullende banen dat daadwerkelijk gecreëerd moet worden, ligt naar verwachting lager dan deze brutocijfers, omdat een deel van de benodigde arbeidskrachten al werkzaam is in relevante sectoren.
Grote rol gebouwen
Gebouwefficiëntie en renovatiemaatregelen zijn goed voor ongeveer 35 procent van de totale arbeidsvraag. Dit percentage weerspiegelt het arbeidsintensieve en sterk op maat gemaakte karakter van deze werkzaamheden. Waterstofelektrolysers, biogas, waterkracht en opslag dragen daarentegen beperkt bij aan de arbeidsvraag, vooral door hun relatief kleinschalige uitrol.
Ook verschillen de arbeidsprofielen per technologie. Gebouwefficiëntie en renovatie, zonnepanelen op daken en laadinfrastructuur zijn vooral installatie-intensief, terwijl offshorewind gedomineerd wordt door productiewerkzaamheden. De operatie- en onderhoudswerkgelegenheid is het grootst bij laadinfrastructuur met bijna 110.000 banen. Residentiële en industriële warmtepompen volgen met respectievelijk 72.000 en 26.000 banen.
Duitsland en Frankrijk
Vanuit Europees perspectief is de arbeidsvraag sterk geconcentreerd in enkele lidstaten. Duitsland en Frankrijk zijn samen goed voor bijna 4 miljoen arbeidsjaren voor de productie- en transport- en installatiefases tussen 2026 en 2030. Dit wordt grotendeels gedreven door de arbeidsvraag in de gebouwde omgeving, zoals gebouwefficiëntie en renovatiemaatregelen, residentiële warmtepompen, zonnepanelen op daken en private laadpunten. Deze categorieën vertegenwoordigen ongeveer 48 procent van de totale arbeidsvraag in Duitsland en maar liefst 77 procent in Frankrijk.
Italië en Spanje volgen op aanzienlijke afstand, elk met meer dan 1 miljoen arbeidsjaren. De arbeidsvraag in deze landen wordt voornamelijk gedreven door gebouwefficiëntiemaatregelen, residentiële warmtepompen, grootschalige zonnepanelen en investeringen in elektriciteitsnetten.
Veel hoogopgeleiden nodig
De analyse toont aan dat de arbeidsvraag vooral gericht is op hoogopgeleide werknemers, goed voor ongeveer 56 procent van de totale vraag. Laag- en middelbaar opgeleide werknemers vertegenwoordigen 44 procent. De belangrijkste beroepsgroepen zijn arbeiders met ongeveer 31 procent, professionals zoals ingenieurs en ICT-specialisten met 30 procent, en technici en ambachtslieden waaronder loodgieters en elektriciens met 25 procent.
De Solar & Storage Magazine Marktgids 2026 is verschenen. De jaarlijks terugkerende marktgids biedt een totaaloverzicht van de energieopslag- en zonne-energiemarkt en is een bijlage van de december 2025-editie van Solar & Storage Magazine. De marktgids kent dit jaar 14 rubrieken en bovendien zijn in samenwerking met een groot aantal bedrijven en organisaties de belangrijkste ontwikkelingen qua projecten, markt en technieken in kaart gebracht.